Geamputeerde bloemkool stempels.

De snelheid van de digitale wereld verandert mijn vak. Tien jaar geleden studeerde ik Graphic Design aan de kunstacademie. Ik leerde vanuit een probleem of missie een doordacht concept en uniek design te creëren.


We deden onderzoek en experimenteerden met beeld. Ik was de maker van toegepaste kunst. Dat verschilt van vrije kunstenaars. Wij leerden om kunst te maken met een communicatief doel. Design met een strategie die aanzet tot actie.


Toen ik begon met werken was er volop ruimte voor deze creatieve aanpak en visie. Steeds vaker heb ik het gevoel dat snelheid en budget dit creatieve proces in de weg zit.


Het creatieve brein wordt vaak gezien als een toverstaf. Dat je in één middag een rete goeie poster kunt ontwerpen. Of een branding concept uit je mouw kunt schudden.


Het eindresultaat lijkt inderdaad vaak simpel. Krachtig in eenvoud met oog voor detail. Dat maakt het juist sterk. Het proces daar naar toe wordt helaas vaak onderschat.


Vorige week was ik in gesprek over mijn drijfveren. Ik vertelde over mijn visie op design. Dat ik de meest toffe campagnes heb ontwikkeld door te experimenteren met kunst.


Hoe ik een typografische poster voor een modeshow op de naaimachine creëerde. Met stempels van bloemkool en waterverf de werking van hersenen visualiseerde voor een digitale infographic. En door knippen en plakken in ‘van Gogh’s schilderijen’ moderne patronen maakte voor een verpakkingslijn.


Ik voel de passie en besef dat ik het mis. Dat deel voelt geamputeerd.


Vandaag start daarom mijn zoektocht naar meer ruimte voor diepgang in de toegepaste kunst. Voor mijn eigen plezier en voldoening, en om daarmee nóg meer impact te kunnen maken voor mijn klanten.